Waarom kledingkasten vollopen met kleding die niemand draagt

Bijna iedereen kent het beeld. Een volle kast, en toch de indruk dat er niets in hangt. Dat is geen kwestie van smaak maar van opbouw, want de meeste kasten bestaan uit een kleine kern die dagelijks gedragen wordt en een grote buitenring die er alleen maar hangt. Wie zijn basics aanvult bij Boxrstore of ergens anders, merkt dat de kern klein is en de buitenring vanzelf groeit.

De verhouding die je zelden hoort

Onderzoek naar draaggedrag komt telkens op dezelfde orde van grootte uit. Ongeveer twintig procent van de kast wordt in tachtig procent van de tijd gedragen. De rest bestaat uit gelegenheidskleding, verkeerd gekochte maten en stukken die ooit prima waren maar nu net niet meer. Die tweede groep neemt de meeste ruimte in en veroorzaakt het gevoel dat er niets te kiezen valt.

Hoe de buitenring ontstaat

Er zijn drie duidelijke bronnen. De eerste is de aankoop op gevoel, meestal in de uitverkoop, waarbij prijs zwaarder woog dan pasvorm. De tweede is de maat die net niet klopte en waarvan je dacht dat je eraan zou wennen. De derde is het kledingstuk dat je bewaart voor een gelegenheid die nooit komt. Alle drie voelen ze onlogisch om weg te doen, en juist daarom blijven ze hangen.

De omgekeerde hanger

Een eenvoudige test kost je een jaar en geen enkele moeite. Draai alle hangers om in de kast. Zodra je iets draagt en terughangt, hang je de hanger de goede kant op. Na twaalf maanden zie je precies welk deel van je kast werkelijk in gebruik is. Voor gevouwen kleding werkt hetzelfde principe met een sticker of een kleine markering. De uitkomst is bijna altijd confronterender dan mensen vooraf inschatten, en juist dat maakt de test nuttig.

Waarom basics een uitzondering vormen

De regel gaat niet op voor de onderlaag. Ondergoed, sokken en ondershirts zitten allemaal in die twintig procent en verslijten dus ook allemaal tegelijk. Daar is te weinig hebben het probleem en niet te veel. Zeven tot tien stuks per soort is een werkbare voorraad, want dan overleef je een wasdag die niet doorgaat zonder in noodvoorraad te belanden.

Wat je doet met wat overblijft

Weggooien is zelden de beste eerste optie. Kleding die nog heel is kan naar een tweedehandswinkel, een kringloop of een inzamelpunt voor textielrecycling. Versleten katoen is prima poetsdoek. Wat kapot en niet meer bruikbaar is hoort bij de textielinzameling en niet bij het restafval, ook al voelt dat gek bij een gaatje in een sok.

Voorkomen dat het opnieuw gebeurt

De kast blijft alleen leeg als de instroom verandert. Een praktische afspraak met jezelf is dat er niets binnenkomt zonder dat er iets uitgaat. Daarnaast helpt het om aankopen te splitsen. Basics koop je op voorraad en vervang je als set, bovenkleding koop je per stuk en met aandacht. Wie die twee door elkaar haalt, kocht meestal drie truien en nul sokken. Vul je onderlaag daarom gepland aan, bijvoorbeeld in multipacks bij BOXR of een vergelijkbare aanbieder, en houd de rest van de kast juist bewust klein.

 

Vind je dit artikel leuk?

Share on Facebook
Share on Twitter
Share on Linkdin
Share on Pinterest

Gerelateerde berichten